Het consultatiebureau: een basis, geen eindstation
Ik ga waarschijnlijk niet bij iedereen vrienden maken met deze blog. En dat hoeft ook niet.
Dit is mijn persoonlijke ervaring. Geen aanval op het consultatiebureau, geen medisch advies en ook geen oproep om er niet naartoe te gaan. Integendeel. Ik geloof dat het consultatiebureau een mooie functie heeft. Het is een fijne plek voor de basis, en om vragen te stellen.
Maar precies dát is het voor mij: een basis.
Mijn grootste advies aan iedere ouder is dan ook:
Sta sterk in je schoenen. Doe altijd zelf onderzoek. Ook nadat een professional je een advies heeft gegeven.
Niet omdat professionals hun werk niet goed doen, maar omdat wetenschap voortdurend in beweging is. Er verschijnen dagelijks nieuwe onderzoeken. Wat vandaag de richtlijn is, kan over een paar jaar alweer achterhaald of genuanceerd zijn. Richtlijnen lopen nu eenmaal niet altijd gelijk met de nieuwste wetenschappelijke inzichten.
Daarom geloof ik dat ouders zelf ook een verantwoordelijkheid hebben om nieuwsgierig te blijven, vragen te stellen en verder te kijken.
Mijn ervaring
Bij mijn zoontje, geboren in november 2025, kreeg ik tijdens mijn eerste bezoek aan het consultatiebureau al het advies om met drie maanden pap door de borstvoeding te mengen en te beginnen met hapjes.
De reden?
Hij zou “te klein” zijn.
Die woorden bleven hangen.
Maar klopt dat eigenlijk wel als je naar het hele plaatje kijkt?
Mijn partner is ongeveer 160 cm lang. Zijn hele familie is klein van stuk. Mijn zoon was met drie maanden 62 centimeter lang. Volgens de groeicurve zat hij iets onder het gemiddelde, maar zeker niet extreem.
Kun je dan zeggen dat een kindje “te klein” is zonder naar de genetica, de familie, het geboortegewicht en de rest van zijn ontwikkeling te kijken?
Voor mij voelde dat niet zorgvuldig genoeg.
En misschien nog belangrijker…
Stel dat daar een kersverse moeder zit.
Een moeder die haar uiterste best doet om borstvoeding te geven. Die zich misschien al onzeker voelt omdat borstvoeding niet altijd vanzelf gaat.
Wat doen zulke woorden met haar?
Ze loopt naar buiten met vragen als:
“Doe ik het wel goed?”
“Heeft mijn kindje wel genoeg aan mijn melk?”
“Schiet mijn lichaam tekort?”
Dat vind ik misschien nog wel het pijnlijkste.
Borstvoeding is tot één jaar de belangrijkste voedingsbron van een baby. Rond zes maanden begint vaste voeding vooral om te oefenen, smaken te ontdekken en te leren eten. Niet omdat moedermelk ineens niet meer voldoende zou zijn.
Voeding verandert voortdurend
Nog een voorbeeld.
Steeds meer internationale onderzoeken laten zien dat de darm van een baby pas rond zes maanden echt rijper wordt voor vaste voeding. Toch wordt nog vaak geadviseerd om met vier maanden te beginnen.
Ook over granen veranderen de inzichten. Er verschijnen steeds meer onderzoeken waaruit blijkt dat granen voor veel baby’s lastig verteerbaar kunnen zijn. Zelfs veel volwassenen hebben moeite met bepaalde granen of gluten.
Toch wordt brood nog altijd op jonge leeftijd geadviseerd.
Daarom vind ik het belangrijk om niet alleen Nederlandse informatie te lezen, maar ook internationale onderzoeken. Persoonlijk zoek ik daarom veel informatie in het Engels. Daar worden nieuwe onderzoeken vaak eerder gepubliceerd en besproken.
Mijn oudste dochter
Mijn vertrouwen in het consultatiebureau kreeg eigenlijk al jaren eerder een flinke deuk.
Bij mijn oudste dochter had ik vanaf jonge leeftijd het gevoel dat ze slecht zag.
Bij ieder bezoek gaf ik dat aan.
Iedere keer kreeg ik hetzelfde antwoord.
“Alles ziet er goed uit.”
Ook de oogtesten op het consultatiebureau waren volgens hen prima.
Toch bleef mijn gevoel hetzelfde.
Ik vroeg meerdere keren om een verwijzing naar een oogarts.
Die kreeg ik niet.
Pas toen mijn dochter op vierjarige leeftijd na een val van haar fiets in het ziekenhuis terechtkwam, lukte het mij om via de arts daar alsnog een verwijzing te krijgen.
De uitslag?
Mijn dochter had een sterkte van -8.
Al die tijd had mijn gevoel gelijk gehad.
Mijn andere dochter
Ook bij een van mijn andere dochter voelde ik dat er iets niet klopte.
Ze groeide niet.
Niet langzaam.
Ze groeide gewoon helemaal niet.
Ruim zes maanden lang stond haar lengte volledig stil.
Iedere keer gaf ik aan hoeveel zorgen mij dat maakte.
Het antwoord dat ik kreeg was:
“Mevrouw, u bent zelf ook niet zo groot.”
Alleen…
Ik ben ongeveer 170 centimeter.
Maar belangrijker nog:
Er is een groot verschil tussen klein zijn en helemaal niet groeien.
Dat probeerde ik telkens uit te leggen.
Er werd niets mee gedaan.
Mijn dochter ging uiteindelijk met slechts 76 centimeter naar de basisschool. Ze moest zelfs haar eigen opstapje meenemen om op een kinderwc te kunnen.
Via een privékliniek in het buitenland kwamen we uiteindelijk achter de oorzaak.
Coeliakie.
Een glutenallergie.
Na één jaar glutenvrij eten was ze maar liefst 28 centimeter gegroeid.
Opnieuw bleek dat mijn zorgen terecht waren.
Daarom maakte ik andere keuzes
Na de ervaringen met mijn eerste twee kinderen besloot ik mijn derde en vierde kind niet meer naar het consultatiebureau te brengen.
Dat voelde voor mij als de juiste keuze.
Toen mijn vijfde kindje werd geboren, dacht ik eerlijk gezegd:
“Laten we het opnieuw een kans geven.”
Misschien waren de inzichten veranderd.
Misschien zou het anders voelen.
Maar na dat eerste bezoek had ik opnieuw hetzelfde gevoel als jaren daarvoor.
Er werd voor mijn gevoel weer vooral gekeken naar de standaardrichtlijn en minder naar het individuele kind dat voor hen zat.
Voor mij was dat genoeg.
Dat eerste bezoek werd ook meteen het laatste.
Wat ik ouders wil meegeven
Nogmaals:
Ik ben niet tegen het consultatiebureau.
Ik denk dat het een waardevolle basis is.
Maar een basis is iets anders dan de absolute waarheid.
Professionals hebben kennis.
Ouders hebben iets wat geen enkele opleiding kan leren.
Jullie kennen je kind.
Jullie zien je kind iedere dag.
Jullie merken de kleinste veranderingen op.
En heel vaak voel je als ouder dat er iets niet klopt, lang voordat het zichtbaar is op een grafiek of in een protocol.
Dat gevoel is niet zweverig.
Dat is intuïtie.
En intuïtie ontstaat uit liefde, aandacht en duizenden kleine observaties die niemand anders maakt.
Dus mijn advies is simpel.
Lees.
Blijf nieuwsgierig.
Zoek informatie, ook buiten Nederland.
Stel vragen.
Vraag gerust een tweede mening.
En wees niet bang om kritisch te zijn.
Niet omdat je professionals wantrouwt.
Maar omdat niemand jouw kind beter kent dan jij.
Want uiteindelijk dragen wij als ouders de verantwoordelijkheid voor onze kinderen.
En als het om onze kinderen gaat, krijgen we maar één kans.
Dus, doe je eigen onderzoek.
Volg je gevoel,
Vertrouw op jezelf.
En P.S. het consultatiebureau is absoluut niet verplicht!